Logopedie bij volwassenen

Logopedie bij volwassenen is niet altijd bekend bij onze cliënten.

Moet ik op mijn zestigste nog eens naar de logopedie?!”

“Ik dacht dat het iets met spraak of stotteren met kinderen was!”

Dit zijn uitspraken die we regelmatig horen in de praktijk. Maar logopedie is veel meer dan alleen spraak- of stotterbehandeling van kinderen. 40% van ons cliëntenbestand is adolescent of volwassen. Volwassenen kunnen net als kinderen tegen communicatieproblemen aanlopen. Uw stemklachten gooien roet in het eten op het werk. Of na een beroerte (CVA) begrijpt uw partner zijn omgeving niet meer. Erger nog, hij kan zichzelf misschien niet meer uiten. Logopedie is er voor jong en oud. Wij behandelen cliënten tussen 2 en 99+ jaar.

Spraak

werk spraak

U krijgt te horen dat u vreemd klinkt of dat u niet goed verstaanbaar bent. Hieronder vindt u wat het kan zijn.

Slissen of lispelen

Bij slissen of lispelen wordt de [s] of andere klanken verkeerd uitgesproken. Dit kan komen door te slappe tongspieren, te weinig beheersing van de tongmotoriek of het verkeerd aanleren van de [s]. De [s] klinkt als het ware onzuiver. In ernstige gevallen wordt het spreken slecht verstaanbaar, wat soms als zeer storend wordt ervaren.

Gevolgen

Zo’n verkeerde uitspraak van de klank [s] kan tot gevolg hebben dat een kind er in de klas mee geplaagd wordt. Volwassenen kunnen problemen verwachten als zij een spreekberoep kiezen.

Oorzaken

Er zijn verschillende oorzaken van slissen of lispelen. De tong wordt bijvoorbeeld naar voren tussen de tanden geduwd waardoor een onzuivere [s] wordt gehoord. Soms wordt ook bij andere klanken de tong naar voren geduwd, zoals de [t] en de [d]. De tong kan zijwaarts breed tussen de zijtanden of kiezen worden geschoven. Ook dan ontstaat een onzuiver [s]-geluid. Kinderen of volwassenen met een open beet, bij wie er te veel ruimte is tussen de onder- en boventanden, zullen hun tong vaak tussen de opening van de tanden duwen. Je hoort dan een foutieve [s]. Ook andere klanken, zoals de [z], [sj] en [zj], worden vaak verkeerd uitgesproken.

Andere afwijkende mondgewoonten

Slissen en lispelen gaan dikwijls samen met afwijkende mondgewoonten, zoals duim- en vingerzuigen. Door het slissen of lispelen kan de stand van het gebit beïnvloed worden. De tanden en kiezen worden naar voren of naar buiten gedrukt. Andersom komt ook voor: door een slappe mondmotoriek kan slissen of lispelen ontstaan. Daarnaast is de kans op afwijkend slikken groter bij de aanwezigheid van slissen en lispelen. Slissen of lispelen ontstaat meestal tijdens de spraakontwikkeling, maar kan op alle leeftijden voorkomen.

Nasaliteitsstoornis

Er is sprake van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de klank (resonantie) van de spraak afwijkend is. De spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Tijdens het spreken worden de meeste klanken door de mond gevormd. Het zachte gehemelte trekt op en daardoor wordt de mondholte aan de achterzijde afgesloten. Zo ontsnapt er geen lucht door de neus. Alleen bij de klanken [m], [n] en [ng] wordt deze afsluiting niet gemaakt, zodat deze klanken door de neus klinken.

Er zijn drie soorten nasaliteitsstoornissen.

  1. Allereerst de open neusspraak. Deze is het meest storend voor de verstaanbaarheid. Tijdens het spreken ontsnapt teveel lucht via de neus bij de klanken die normaal alleen met de mond gevormd worden, zoals de [s] en de [p]. De oorzaak van open neusspraak kan een aangeboren lip-, kaak- en/of gehemeltespleet zijn. Andere oorzaken zijn een aangeboren te kort gehemelte, verlamming van de spieren van het zachte gehemelte (na een hersenbloeding) of verminderde spierkracht in het gehemelte (zoals bij multiple sclerose of de ziekte van Parkinson). Soms is gewoontevorming de oorzaak van de gestoorde nasaliteit, wat kan gebeuren na verwijdering van de neusamandel.
  2. Bij gesloten neusspraak klinkt de spraak verstopt. De oorzaak kan een scheef neustussenschot zijn. Ook kunnen één of meer neuspoliepen, een vergrote neusamandel of gezwollen neusslijmvliezen voor te weinig resonantie door de neus zorgen.
  3. Tenslotte kan er een combinatie van beide vormen voorkomen: de gemengde neusspraak.

De KNO-arts stelt de diagnose.

Broddelen

Broddelen is een stoornis in het spreken. Kenmerken van broddelen zijn:

  • niet-vloeiende of aritmische, moeilijk verstaanbare spraak
  • een slappe uitspraak
  • te hoog spreektempo
  • het ineenschuiven van woorden, bijvoorbeeld ‘tevisie’ in plaats van ’televisie’.
  • stopwoordjes
  • snelle woordherhalingen en klankherhalingen

Daarnaast komen moeilijkheden met het formuleren van gedachten voor. Dit geldt ook voor schriftelijke formuleringen.

In de praktijk

Broddelen kan samen gaan met hyperactiviteit en een slechte concentratie. Dit hoeft echter niet. De luisteraar zal de persoon die broddelt vaak slecht verstaan en reageren met: “Wat zeg je?”. Hierdoor merkt de spreker wel dat er iets mis is met zijn spreken, maar hij weet niet precies wat. Broddelen is een stoornis in de communicatie. Doordat er herhalingen van woorden en klanken zijn lijkt het broddelen soms op stotteren.

Verschil met stotteren

Een verschil met stotteren is dat de broddelaar zijn herhalingen en onduidelijkheden in het spreken niet opmerkt, de stotteraar meestal wel. De oorzaak van broddelen ligt aan een onvoldoende rijping van het centraal zenuwstelsel. Daardoor verloopt de spraak- en taalontwikkeling niet evenwichtig. De volle omvang van het probleem wordt pas duidelijk rond het zevende jaar, als de periode van de spraak- en taalontwikkeling voltooid is. Op latere leeftijd kan broddelen iemands carrière nadelig beïnvloeden, wanneer er hogere eisen aan de spreekvaardigheid gesteld worden. Dit geldt dan vooral voor mensen die broddelen en een spreekberoep hebben, zoals verkoper.

Neurologische problemen

Logopedie bij volwassenen

Door hersenletsel kunt u niet goed of niet meer praten, schrijven of lezen.

Wat is afasie?

Afasie is een Niet-aangeboren hersenletsel (NHA) op het gebied van taal die ontstaat door een letsel in de linker hersenhelft. (hemisfeer)

Deze wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Dit kan mensen van alle leeftijden treffen, dus is het belangrijk om te letten op de signalen bij een beroerte.

Herken de signalen

De 3 meest voorkomende signalen bij een beroerte zijn:

  • Scheve mond: de mondhoek hangt plotseling naar beneden.
  • Verwarde spraak: iemand praat ineens verward of kan de woorden moeilijk uitspreken.
  • Lamme arm: plotseling ontstaat er krachtverlies of verlamming van een arm.
Welke problemen ontstaan er bij afasie?

Door afasie ontstaan er problemen met het spreken, het lezen en het schrijven. Talige problemen die ontstaan, zorgen voor stoornissen in de communicatie.

De ernst en de omvang van de afasie zijn afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het taalvermogen vóór het CVA, iemands persoonlijkheid en de algehele gezondheid van de cliënt.

Goede zorg bij afasie

Na een CVA of ander hersenletsel is het belangrijk dat er zo snel mogelijk gehandeld wordt.

De therapie moet in de eerste 3 tot 6 maanden zo intensief mogelijk plaatsvinden. Meestal doorloopt de cliënt dit proces tijdens een revalidatietraject. Maar ook wij, als praktijk, kunnen hierbij goed ondersteunen.

Na het revalidatieproces moet behandeling vaak nog worden voortgezet. De behandeling binnen de praktijk is gericht op de individuele problematiek van de cliënt  en het begeleiden en ondersteunen van partner en/of gezinsleden.

Wat is dysartrie?

Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een aandoening in het zenuwstelsel. De benaming komt uit het Latijn. ‘Dys’ betekent niet volledig en ‘artrie’ komt van articuleren, uitspreken. Deze aandoening verstoort de werking van één of meer spieren die betrokken zijn bij het spreken.

Het is overigens niet hetzelfde als een taalstoornis zoals bijvoorbeeld afasie. Hierbij is er sprake van een probleem in het spreken waarbij een gedachte of idee niet goed wordt omgezet in gesproken of geschreven taal. Bij de aandoening dysartrie kan men de woorden en zinnen wel formuleren maar worden ze niet goed en duidelijk uitgesproken.

Communicatie

De communicatie bij mensen met dysartrie is gestoord, omdat ze moeilijk te verstaan zijn. Dit kan bijvoorbeeld komen door een onduidelijke uitspraak van zinnen en woorden, een te zachte of hese stem, eentonig of nasaal (door de neus) spreken of juist een combinatie hiervan.

Bij dysartrie als gevolg van een CVA (Cerebro Vasculair Accident) is er vaak sprake van een verlamming aan één kant van het aangezicht, waardoor de mimiek verandert.

Hierdoor kan speekselverlies optreden. Er kunnen ook problemen bij het slikken zijn.

Oorzaken van dysartie

Dysartrie kan worden veroorzaakt door een aandoening van het zenuwstelsel zoals een beroerte (CVA), trauma, een hersentumor, ziekte van Parkinson, Multiple Sclerose (MS), ALS of Myasthenia Gravis. De ernst en het verloop van de spraakstoornis is sterk afhankelijk van het ziektebeeld en de fase van de ziekte.

Daarnaast kan dysartrie ook een symptoom zijn van bijvoorbeeld een CVA.

Functieniveaus

Om de ernst van de dysartrie aan te kunnen duiden is er een schaal gemaakt waarbij de beperkingen op niveau worden ingedeeld. Dit wordt ook wel de ernstschaal genoemd. De schaal is afkomstig van het RadboudUMC.

  1. Zeer ernstige dysartrie/anartrie. Hierbij zijn lip-, kaak- en tongbewegingen nagenoeg onmogelijk. Daardoor kunnen geen afzonderlijke spraakklanken worden gemaakt. Er zijn slechts enkele geluiden hoorbaar. Afonie (onvermogen stemgeluid te produceren) of een zeer afwijkende stemkwaliteit. Er is daarnaast geen ademsteun om spraak te produceren.
  2. Ernstige dysartrie. Er is sprake van extreme hypo- of hypertonie (verlaagde of verhoogde spierspanning), extreem verminderde bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en tongbewegingen. Daardoor zijn er voornamelijk open klinkers met enkele zeer duidelijke afwijkende medeklinkers hoorbaar. Duidelijk afwijkende stemkwaliteit. Zeer trage spraak, slechts enkele lettergrepen per ademhaling mogelijk.
  3. Matige dysartrie. De tonus (spierspanning), bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en/of tongbewegingen zijn duidelijk afwijkend. Hierdoor zijn er afwijkende medeklinkers en klinkers hoorbaar. Er is sprake van een duidelijk merkbaar afwijkend spreektempo en stemkwaliteit. Afwijkende adembeheersing of ademspanne.
  4. Milde dysartrie. De tonus, bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en/of tongbewegingen zijn licht afwijkend, waardoor klinkers en medeklinkers licht afwijkend klinken. Lettergrepen en woorden kunnen correct uitgesproken worden, wanneer de patiënt zich erg goed concentreert. Licht afwijkende spreeksnelheid. Licht afwijkende stemkwaliteit. Licht afwijkende adembeheersing of ademspanne.
  5. Minimale dysartrie. Er zijn beperkte articulatieproblemen, beperkte problemen met stemkwaliteit of adembeheersing. Vaak wordt dit niet opgemerkt door derden.
  6. Geen dysartrie. Spraak passend bij leeftijd, cultuur, ontwikkelingsniveau.
Tips voor familie en vrienden

Iemand met dysartrie heeft moeite met de spraak maar weet wel degelijk wat hij of zij zegt. Het kan dan soms lastig zijn om te communiceren, omdat je vaak iemand wil aanvullen of verbeteren.  Hierdoor ontstaan er frustraties. Hieronder volgen een paar algemene tips om een gesprek te voeren.

  • Zorg voor een rustige omgeving, zet de radio en televisie tijdens een gesprek uit.
  • Ga zo zitten dat u elkaar goed kunt zien en horen.
  • Goed oogcontact is zeer belangrijk. Als u iemands gezicht ziet, verstaat u elkaar beter.
  • Wees eerlijk: vraag de ander om te herhalen wanneer u de boodschap niet goed verstaan hebt.
  • Vraag bevestiging van wat u denkt begrepen te hebben, “ik denk dat je bedoelt….”
  • Houdt pen en papier bij de hand als het spreken erg onduidelijk is. Vraag eventueel om het bericht in steekwoorden op te schrijven.
  • Ga niet luider of op een kinderlijke manier praten. Degene met dysartrie begrijpt u prima.
  • Geef de patiënt genoeg tijd om te antwoorden op uw vraag.
  • Onderbreek de patiënt niet.
  • Iemand met dysartrie zal slechter spreken als hij moe is. Voer met name een belangrijk gesprek op een moment dat hij uitgerust is, bijvoorbeeld nadat  hij geslapen of gerust heeft.
  • Als er veel bezoek is, zorg dan dat de patiënt bij het gesprek betrokken wordt, praat niet over zijn/haar hoofd heen.
  • Wanneer herhaaldelijke pogingen om elkaar te verstaan mislukken, laat het gesprek dan even rusten. Probeer het later nog een keer of maak gebruik  van een andere manier van communicatie.

Bron: www.dysartrie.com

Spraak-apraxie; wanneer je worstelt om het juiste woord te kunnen zeggen

Bij mensen met spraak-apraxie valt op dat zij steeds zoeken naar de juiste articulatieplaats van klanken. Ze worstelen om het juiste woord te kunnen zeggen, terwijl ze vaak wel weten wát ze willen zeggen. Het zijn ook niet altijd dezelfde woorden of klanken die voor problemen zorgen, maar het kan steeds een andere klank of woord zijn waarbij moeilijkheden optreden.

Verbale apraxie (spraak-apraxie) komt niet altijd in dezelfde mate voor. Soms worden slechts lichte articulatieproblemen ervaren, maar ook helemaal niet meer kunnen spreken komt voor. Spraak-apraxie kan voorkomen in combinatie met afasie of dysartrie.

Schema’s voor handelingen beschadigd

Een persoon met apraxie ervaart moeilijkheden bij het uitvoeren van handelingen. Voor het uitvoeren van bepaalde handelingen, met name complexe handelingen, gebruiken onze hersenen als het ware schema’s. Handelingen zoals spreken, lopen, eten en koffie zetten hebben hun eigen schema. Deze schema’s zorgen ervoor dat we weten in welke volgorde wij handelingen moeten uitvoeren. Hierdoor voeren we deze handelingen vrijwel automatisch uit. Ook kunnen we hierdoor verschillende dingen tegelijk doen, zoals bijvoorbeeld koffie zetten en praten.

Bij verbale apraxie is het schema voor het programmeren van de spraak beschadigd. De spieren zelf werken nog goed, maar de programmering hiervan vanuit de hersenen geeft problemen. Meestal is hersenletsel door een CVA, trauma of tumor hiervan de oorzaak.

Wat doen wij?

De logopedist onderzoekt de mondmotoriek, spraak en verstaanbaarheid van iemand met een mogelijke verbale apraxie en stelt een diagnose.

In overleg met de cliënt stelt de logopedist een behandelplan op. Voor de behandeling van verbale apraxie bestaan diverse behandelmethoden. Voorlichting geven aan zowel de persoon met spraak-apraxie als zijn omgeving is een belangrijk onderdeel van de behandeling.

Facialis Parese

Beide kanten van het gezicht hebben een nervus facialis ofwel aangezichtszenuw. Deze zenuw stuurt de spieren aan die zorgen voor de expressie (mimiek) van het gezicht. Ook het sluiten van de ogen en mond wordt geregeld door deze zenuw. De aangezichtszenuw komt uit de hersenen en loopt door een nauw, benig kanaal in de schedel. Eerst langs het inwendig gehoororgaan, dan langs een middenoorbeentje (de stijgbeugel) om tenslotte tevoorschijn te komen in de oorspeekselklier, die voor het oor ligt. In deze speekselklier splitst de zenuw zich in verschillende takken naar de spieren van het gezicht. De aangezichtszenuw is vergeleken met andere zenuwen erg kwetsbaar.

Wat is een aangezichtsverlamming?

Als, om welke reden ook, de zenuw beschadigd wordt, functioneert deze minder goed. De aangedane zijde van het gezicht beweegt niet goed meer mee (=verlamming aan deze zijde). Het kan dan zijn dat het gezicht scheef staat: de mondhoek aan de aangedane zijde hangt lager. De plooi tussen neus en mondhoek verdwijnt en het oog is wijder dan aan de gezonde zijde. Hierdoor lukt het dan niet om het oog te sluiten (er verschijnt dan oogwit) en de wang is slap. Doordat de mond deels omlaag hangt, kan spreken, slikken en speekselcontrole moeilijk(er) zijn. Ook tranen van het oog en smaakverandering kunnen hiermee samenhangen.
Een verlamming kan volledig of onvolledig zijn. Bij een onvolledige verlamming zijn de aangezichtsspieren in beperkte mate beweeglijk.

Medisch onderzoek

Het medisch onderzoek en uw ziektegeschiedenis kunnen uitwijzen om welke oorzaak het gaat. In ongeveer 50% lijkt de aangezichtsverlamming door een virus (zeer waarschijnlijk het herpes simplex virus type 1, de “koortslip”) veroorzaakt te zijn. Dit wordt de verlamming/ziekte van Bell genoemd. Het kan ook veroorzaakt worden door minder vaak voorkomende redenen, zoals een oorontsteking, schedelletsel, gordelroosvirus, een tumor, of tekenbeetziekte( ziekte van Lyme).

Diagnose en behandeling

Als alleen de onderste aangezichtsspieren zijn aangedaan en niet de oogtak, noemen we dat een centrale aangezichtsverlamming. Dat heeft een andere oorzaak. De huisarts zal alleen indien nodig ook de KNO-arts of Neuroloog inschakelen om de diagnose verder te stellen. De huisarts kan bloedonderzoek doen. Bij de verlamming van Bell kunnen zo nodig ook medicijnen worden gegeven, liefst binnen 72 uur na ontstaan. Prednison eventueel gecombineerd met een anti- viraal middel is dan een mogelijke medicatie.

Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan een aangezichtsverlamming helemaal, gedeeltelijk of iets herstellen. Bij de verlamming van Bell herstelt de functie meestal spontaan binnen 3 tot 8 weken bij ongeveer 85 % van de patiënten. Duurt de genezing langer dan zal volledig herstel waarschijnlijk niet optreden. Er kunnen dan hinderlijke restverschijnselen blijven bestaan, zoals hinderlijk meebewegingen (synkinesen) bij spreken, eten en drinken. Verder kan de aangedane kant strak aanvoelen en kan het oog tijdens het eten tranen.

Wat kunt u zelf doen?

Ter voorkoming van oogproblemen (bijvoorbeeld het uitdrogen van het hoornvlies) is het noodzakelijk tijdens het slapen het aangedane oog te behandelen met zalf, gel of oogdruppels of een horlogeglasverband te gebruiken. Dit voorkomt uitdroging. Zo nodig kunt u overdag beschermende oogdruppels gebruiken. Wat betreft het eten en drinken is het belangrijk dat u probeert dit zo normaal en symmetrisch mogelijk te doen, en dat u extra aandacht aan de mondhygiëne besteedt.

Dementie

Dementie wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. Een veelvoorkomende oorzaak is de ziekte van Alzheimer. Kenmerkend voor dementie zijn de geheugenstoornissen die steeds erger worden. Daarnaast kunnen er andere stoornissen optreden, zoals gedragsproblemen en veranderingen in karakter. Taal- en/of spraakstoornissen kunnen bij alle vormen van dementie voorkomen. De verschijnselen van dementie verschillen per persoon en per ziekte.

Taalstoornis

Bij een taalstoornis kan iemand zijn gedachten en/of ideeën niet meer omzetten in woorden, zinnen en een verhaal. Er kunnen problemen zijn met het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Een spraakstoornis betreft alleen de spraak. Hierbij worden woorden en zinnen worden niet goed of niet duidelijk uitgesproken. De taal en/of spraakstoornissen kunnen verschillen per persoon. Dit heeft te maken met de manier waarop de hersenen veranderen door de dementie. Met het erger worden van de ziekte krijgt de persoon met dementie steeds meer moeite om duidelijk te maken wat hij bedoelt en om anderen te begrijpen. Vaak blijven personen met een ernstige vorm van dementie wel gevoelig voor zinsmelodie, toonhoogte en lichaamstaal.

Primair progressieve afasie (PPA) vormt een aparte categorie. Bij deze vorm van dementie zijn taalproblemen de eerste signalen van de dementie.

Wat is de ziekte van Parkinson?

De ziekte van Parkinson is een neurologische aandoening waarbij bewegingsstoornissen optreden. Hierbij zijn de meest opvallende verschijnselen beven (tremor), spierstijfheid en bewegingstraagheid. De ziekte kent een progressief verloop en is niet te genezen.

Naast de bewegingsstoornissen in een of beide lichaamshelften kan ook het spreken aangedaan zijn. Zo doen zich problemen voor in de coördinatie van de adem. De stem wordt zachter. Door stijve gelaatsspieren verslechtert de uitspraak en wordt de mimiek minder duidelijk. Hierdoor klinkt het spreken vaak monotoon en vlak. Ook is het moeilijk om steeds in hetzelfde tempo te blijven spreken. Het tempo wordt steeds hoger. Daardoor vermindert de verstaanbaarheid. De verstaanbaarheid is bovendien erg wisselend. Dit leidt tot problemen in de communicatie.

Ook eten en drinken kunnen problemen opleveren. Het kauwen wordt minder krachtig en de patiënt verslikt zich vaker, vooral bij drinken. Ook overtollig speeksel wordt niet automatisch weggeslikt. Samen met een minder krachtige mondsluiting kan hierdoor speekselverlies optreden. Voor meer informatie, zie Parkinson Vereniging.

Stem

stem

U bent hees, uw stem is vaak vermoeid of doet het niet meer na een lange werkdag.

De stem is het belangrijkste instrument om communicatie kracht bij te zetten. Het kan een open boek voor anderen zijn, de zeggenschap vergroten, maar het kan ook emotie laten horen wanneer u dat niet wilt. In de behandeling leert u uw stem te verstevigen. U leert te spreken of te zingen vanuit een basis, waarbij lichaam, ademhaling en stem optimaal samenwerken. Wanneer deze samenwerking optimaal is, spreekt u met vertrouwen. U heeft een ontspannen stem, een natuurlijk spreektempo en vergroot daarnaast uw presentatie. Als u vertrouwen heeft in uw eigen stem, draagt u dat ook uit.

Stem

Heesheid of stemverlies kan ontstaan door organische oorzaken, maar ook door functionele oorzaken. Organische oorzaken zijn bijvoorbeeld stemplooiverlamming of strottenhoofdkanker. Functionele oorzaken zijn onder meer verkeerd stemgebruik (foutieve stemtechniek) of stemmisbruik (bijvoorbeeld veelvuldig roepen). Deze functionele stemstoornissen kunnen uiteindelijk organische afwijkingen tot gevolg hebben, zoals bijvoorbeeld stemplooiknobbels. Veel beroepssprekers (zoals leerkrachten, zangers) krijgen in hun loopbaan te maken met stemstoornissen. De logopedist begeleidt de cliënt in het afleren van het foutieve stemgedrag en leert het juiste stemgedrag aan. Ook bij een stemplooiverlamming kan logopedie het herstel gunstig beïnvloeden. En na operatief verwijderen van de stembanden bij strottenhoofdkanker leert de logopedist de patiënt weer spreken met een stemprothese.

Adviezen om stemproblemen te voorkomen/verminderen
  • Belast de stem niet teveel
  • Vermijd schreeuwen en fluisteren zoveel mogelijk
  • Rook en andere prikkelende stoffen zoals chloor, verf hebben een negatief effect op de stem
  • Vermijd veelvuldig hoesten en schrapen van de keel
  • Let op akoestiek in een ruimte en op omgevingslawaai
  • Zorg voor voldoende frisse, niet te droge lucht
  • Adem zoveel mogelijk door de neus
  • Spaar de stem bij verkoudheid en griep
  • Zorg voor een goede conditie en goede lichaamshouding
  • Ga bij aanhoudende pijn of heesheid naar de huisarts of specialist
Risico’s en bezwarende factoren
  • Zware stembelasting
  • Roken
  • Luchtverontreiniging
  • Lawaaiige omgeving
  • Allergieën
  • Alcohol
  • Airco
  • Stress
Wat is larynxmanipulatie?

Larynxmanipulatie is een behandeling waarbij keelspieren tot een meer ontspannen staat worden gebracht. Het wordt ook wel eens ‘vocal massage’ of facilitatie van de larynx genoemd. De term ‘vocal massage’ doet vermoeden dat het alleen om massage van de stembanden gaat. Daarom spreken we verder in de tekst over larynxmanipulatie.

De term ‘manipulatie’ is ook niet helemaal juist. Hij komt uit de manuele therapie waarbij het manipuleren een korte abrupte beweging van een gewricht is waarbij een knappend geluid ontstaat. Dat is larynxmanipulatie niet. Met deze techniek rekken of stretchen we de spieren van de hals, schouders, nek, kaak en mondbodem, waardoor deze meer ontspannen.

Deze techniek wordt eigenlijk alleen gebruikt bij mensen waarbij sprake is van een hypertonie, dat betekent dat de spanning in de spieren van de hals, nek, kaak en mondbodem te hoog is.

Lees hier meer over de behandeling en de effecten van larynxmanipulatie.

Hyperventilatie

Hyperventilatie is een manier van ademhalen waarbij adem en lichamelijke activiteit niet goed op elkaar zijn afgestemd. Meestal wordt er te snel of te diep geademd, waardoor extra koolstofdioxide (CO2) wordt uitgeademd. Het gevolg is dat het koolstofdioxidegehalte in het bloed daalt en er een verandering in de zuurgraad van het bloed optreedt.

Symptomen die vaak genoemd worden zijn:

  • Duizeligheid
  • Tintelingen
  • Ademnood
  • Hartkloppingen.

Meestal ervaart men deze symptomen als zeer beangstigend. Hyperventilatie kan optreden als een plotselinge aanval (acute vorm) en als een vrijwel constante manier van ademen (chronische vorm). Het kan zowel bij kinderen als bij volwassenen optreden en komt voor bij vrouwen en mannen.

Stress

Hyperventilatie hangt vaak samen met spanningen. Soms is een duidelijk aanwijsbare oorzaak aanwezig zoals een verkeersongeval of het overlijden van een naaste. Vaak echter is er sprake van gevoelens van onzekerheid en angst en het niet op een effectieve manier omgaan met de eisen die het leven stelt. Hyperventileren kan ook uitsluitend een verkeerde ademgewoonte zijn, die vaak voorkomt in combinatie met voortdurend door de mond ademen. Tenslotte kunnen hyperventilatieklachten optreden als er te snel en vrijwel zonder pauzes gesproken wordt.

Wat is COPD?

COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is de verzamelnaam voor een aantal chronische aandoeningen van de luchtwegen, zoals bronchitis en longemfyseem. Bij COPD raken vooral de kleine vertakkingen van de luchtwegen blijvend beschadigd door een voortdurende ontsteking ervan. De voorkomende oorzaken zijn roken of langdurig werken in een omgeving met veel stofdeeltjes van steen of metaal in de lucht. COPD komt meestal na het 40e levensjaar voor.

Gevolgen

Astma vertoont overeenkomsten met COPD. Echter wanneer astmapatiënten klachtenvrij zijn, hebben ze een normale longfunctie en ervaren ze geen beperkingen. Deze aandoening veroorzaakt moeilijkheden bij het ademhalen: de luchtwegen of de vertakkingen van de luchtwegen kunnen vernauwd raken, waardoor vooral de uitademing belemmerd is. In veel gevallen gaat astma gepaard met een allergie (bijvoorbeeld huisstofmijt, huidcellen van dieren, e.d.). Naast plotselinge benauwheidsaanvallen, kunnen hoesten en/of het opgeven van slijm ook voorkomen bij astma.

Prikkels

De luchtwegen van COPD-patiënten reageren sterk op prikkels van buiten zoals huisstof, tabaksrook en temperatuurverschillen. Het ademen lijkt dan niet meer vanzelf te gaan. Er ontstaat kortademigheid door benauwdheid. Elke ademhaling is te horen. Men heeft het gevoel te weinig lucht te krijgen, waardoor spanning en nervositeit optreden. Soms wordt er ook veel gehoest. Infecties en inspanning verergeren deze klachten. De ene patiënt heeft altijd last van de ademproblemen, de ander meer met perioden of in speciale situaties, zoals een astma-aanval als het weer omslaat. Daarnaast komen ook overmatige slijmproductie en chronische hoest voor bij COPD-patiënten. Dit is afhankelijk van soort en mate van COPD.

Ademhalen

Ademhalen is op de eerste plaats een levensvoorwaarde, maar ook voor het spreken is adem onmisbaar. COPD-patiënten kunnen dan ook problemen hebben tijdens het praten. Door het ademtekort kunnen maar weinig woorden na elkaar gezegd worden. Er wordt vaak en duidelijk hoorbaar ingeademd, en soms ook op onlogische momenten tijdens het praten. Het spreken is hierdoor moeilijker te verstaan. Door de manier van ademhalen worden de stembanden overbelast en kan heesheid het gevolg zijn. Langer spreken is vermoeiend. Vooral COPD-patiënten met een spreekberoep kunnen veel last hebben van hun stem.

Slikken

Slikken

Door letsel of vanwege afwijkende mondgewoonten gaat het slikken niet zoals het moet.

Wat is OMFT?

Oro-myofunctionele therapie (OMFT) is een specialisatie in de logopedie. Deze behandeling is gericht op het verbeteren van het functioneren van de spieren in en om de mond. De therapie pakt daarmee de oorzaak aan van één of meerdere problemen (mondademen, vingerzuigen, etc.) en niet alleen de gevolgen van het afwijkend mondgedrag.

De spieren in en om onze mond bepalen voor een groot deel de vorm van de mond en de stand van de tanden en kiezen. Afwijkende mondgewoonten kunnen dit evenwicht tussen die spieren onderling verstoren.

Afwijkende mondgewoonten zijn onder andere:

  • Fout slikken
  • Continu door de mond ademen (overdag en/of ’s nachts)
  • Duimen
  • Vingerzuigen
  • Lispelen of slissen.

Als bepaalde spieren of spiergroepen in en om de mond niet goed functioneren, heeft dit vrijwel altijd een direct gevolg voor de vorm en de ontwikkeling van het gebit en/of de kaken. Vaak is er dan ook sprake van een articulatiestoornis. Zowel het slikken als het spreken kan addentaal (met de tong tegen de voortanden), interdentaal (met de tong tussen de voortanden) of lateraal (met de tong tegen of tussen de kiezen) zijn.

Op onze OMFT-pagina leest u verder over de behandeling, het hoe en waarom van OMFT.

Wat is dysfagie?

Dysfagie is een slikstoornis. Iemand met een slikstoornis ervaart moeilijkheden in een van de slikfases. Hierdoor ontstaan er problemen bij het verplaatsen van speeksel, voedsel en/of drank van de mond naar de maag. Een dysfagie kan zich op verschillende manieren uiten en kan verschillende oorzaken hebben.

Een slikstoornis kan op elke leeftijd voorkomen, maar komt het meest voor bij oudere mensen. Dat komt doordat hun kauw- en slikspieren minder krachtig zijn geworden. Ook hebben zij vaker aandoeningen, zoals parkinson , die slikproblemen veroorzaken. Daarnaast gebruiken zij vaker medicijnen die invloed kunnen hebben op het slikken.

Gevaren van slikstoornis

Het gevaar van een slikstoornis is dat voeding niet in de slokdarm terechtkomt, maar in de luchtpijp en longen. Dit wordt verslikken genoemd. Dit kan een voor een  afsluiting van de luchtpijp zorgen, waardoor iemand dreigt te stikken. Ook kan verslikken een ernstige longontsteking veroorzaken. Bij ouderen met een lagere weerstand kan dit levensbedreigend zijn.

Slikken

Mensen slikken 800 tot 2400 keer per dag zonder daarbij na te denken. Niet alleen eten en drinken, maar ook het speeksel dat continu wordt aangemaakt, wordt automatisch regelmatig weggeslikt.
Soms gaat slikken niet meer zo makkelijk of verslikt iemand zich vaak. Er is dan sprake van een dysfagie oftewel slikstoornis. Geschat wordt dat één op de vijf 50-plussers last heeft van een dysfagie. Voor mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis wonen, is dit percentage nog hoger.

Slikken is een beweging, die voor het grootste deel automatisch verloopt. Maar liefst 32 spieren zijn betrokken bij het slikken. Lippen, gebit, tong, wangen, speekselklieren, gehemelte, keelholte, strottenklepje, strottenhoofd en slokdarm werken dan allemaal samen.
Slikken kan worden onderverdeeld in vier fases:

  • De mondfase: het klaarmaken van de voedselbrok in de mond voor het slikken.
  • De transportfase: het doorgeven van de voedselbrok naar de keelholte.
  • De keelfase: de slikbeweging in de keelholte.
  • De slokdarmfase: de passage van voedsel in de slokdarm naar de maag.
Symptomen van slikstoornissen

De volgende symptomen kunnen wijzen op een slikstoornis:

  • Traag kauwen of voedsel dat in de wangzak of tegen het gehemelte achterblijft.
  • Speeksel of voedsel dat uit de mond loopt.
  • Pijn bij het slikken.
  • Het gevoel dat eten blijft steken in de keel of achter het borstbeen.
  • Hoesten of kuchen tijdens, voor of na het eten of drinken.
  • Regelmatig verslikken.
  • Een ‘natte’ stem (een pruttelend stemgeluid of borrelende ademhaling).
  • Ongewenst gewichtsverlies of tekenen van uitdroging.
  • Regelmatig ontstekingen van de longen of luchtwegen.
  • Zuurbranden, opboeren of eten opgeven.
  • Herhaaldelijk moeten slikken om voedsel of drank ‘weg te krijgen’.
  • Moeite met het slikken van pillen.

Een aantal van deze symptomen kunnen ook voorkomen zonder dat er sprake is van dysfagie. Larynxmanipulatie kan dan een geschikte behandeling zijn.

Call Now Button