Spraakproblemen bij kinderen

Spraakproblemen

De spraakontwikkeling begint al bij de geboorte. Het kind doorloopt achtereenvolgens een aantal processen waarbij het leert te communiceren door gedrag, geluid, woord, gebaar, mimiek en noem maar op. Onder spraakproblemen verstaan we alle moeilijkheden die een kind kan hebben met betrekking tot de uitspraak van klanken, woorden of zinnen. Alle problemen die de articulatie of de vloeiendheid van de spraak beïnvloeden.

Articulatiestoornis

Kinderen laten in de uitspraak klanken weg, vervangen deze voor andere klanken of vervormen de klanken. De bekendste articulatiestoornissen zijn lispelen [s], het niet kunnen uitspreken van de [r] of de [t] vervangen door een [k]. Dit zijn enkelvoudige stoornissen. Het kan ook voorkomen dat dit bij meerdere klanken voorkomt. Wanneer een kind duidelijk minder verstaanbaar is dan leeftijdsgenootjes, spreken we van een vertraagde spraakontwikkeling.

Ontwikkeling van spraakklanken Hieronder vindt u grofweg de ontwikkeling van spraakklanken op leeftijd:

  • 0-3 jaar: alle klinkers en de medeklinkers p, b, m, w en h.
  • 3-5 jaar: medeklinkers t, d, n, k, g, ng, j en f. Verwisseling van k door t en g door d komt soms nog voor.
  • 5-7 jaar: bijna alle overige medeklinkers v, l, r, s, z, sj, zj. Sommige klankcombinaties zoals sch of str kunnen nog moeilijk zijn.
  • 7 jaar en ouder: het kind beheerst de meeste klanken van de taal.

Logopedie
U kunt bij Précom Logopedie terecht voor advies, onderzoek en behandeling. De logopedist zal na het intakegesprek met een (aanvullend) onderzoek de ernst van de stoornis bepalen. Samen met u zal besproken worden wat vervolgstappen zijn en welke methodieken er ingezet zullen worden. Bij de behandeling van deze stoornis is het absoluut noodzakelijk dat er thuis ook geoefend wordt.

Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Soms komt het leren praten niet of moeizaam op gang. Kinderen spreken dan niet of verkeerd. Een mogelijke oorzaak hiervan noemen we een verbale ontwikkelingsdyspraxie. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken. Door deze stoornis zijn de klanken soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Het komt voor dat het kind de klank wel in het ene woord kan maken en niet in het andere. Het kan zelfs zo zijn dat een klank of woord niet uitgesproken kan worden, terwijl het op een ander moment wel lukt.Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.

Het niet of slecht spreken leidt tot problemen in de communicatie. Het kind kan namelijk niet of nauwelijks duidelijk maken wat het wil en wordt daarom soms niet begrepen door zijn omgeving. Kinderen met deze problemen hebben deskundige hulp nodig, want het gaat om een stoornis die zich niet vanzelf herstelt.

Logopedie
De logopedist onderzoekt de spraak en de mondmotoriek van het kind, observeert het eten en drinken en stelt een diagnose. Nader onderzoek door een medisch specialist kan nodig zijn.

Indien de logopedische therapie gestart wordt, leert het kind de spraakbewegingen aan te sturen. De bewegingen van de tong, lippen, kaken en het gehemelte worden geoefend om ze nauwkeurig te maken. Afhankelijk van de problemen in de spraakbewegingen, worden spraakklanken op een speelse manier geoefend. De spraakklanken worden apart geoefend, gekoppeld aan symbolen en/of gebaren.

De oefeningen worden steeds moeilijker: eerst dezelfde klank achter elkaar, dan afgewisseld met een andere klank, dan meer dan twee klanken afwisselen. Het kind wordt hierdoor vaardiger in het sturen van de bewegingen van de mond. Dit lukt niet met een paar keer oefenen, maar vereist een geregelde en consequente training, ook thuis. Daarnaast begeleidt de logopedist ook de familie in de communicatie met het kind.

De duur en resultaten van de logopedische therapie zijn afhankelijk van het type en de ernst van de uitspraakproblemen en van het tijdstip waarop de therapie begonnen is. De therapie kan al op zeer jonge leeftijd (twee á drie jaar) starten.

Onduidelijk spreken

Het spreken is binnensmonds of slap, te snel of met onvoldoende intonatie. Een combinatie hiervan is ook mogelijk.

Onduidelijk spreken kan veroorzaakt worden door o.a. onvoldoende kracht, beweging en coördinatie van de mondspieren, kaakgeklemd spreken en/of concentratieproblemen/onvoldoende auditieve alertheid. Het gevolg van onduidelijke spraak kan een slechte verstaanbaarheid zijn die de communicatie tussen de spreker en luisteraar bemoeilijkt. Dit kan gevolgen voor het contact met anderen hebben. Een minder duidelijke presentatie heeft gevolgen voor de overdracht van informatie. Bij beroepskeuze of solliciteren kan dit een rol spelen.

Logopedie
De logopedist doet onderzoek, geeft uitleg over de aard van de spraakproblemen en geeft luister- en spraaktraining. Indien nodig wordt er verwezen naar een specialist.

Broddelen

Wanneer iemand onduidelijk, ‘rommelig’ spreekt, uit de reacties van de omgeving dat ook op kan maken (‘praat eens rustig’), maar dit moeilijk bewust kan veranderen en toepassen in de dagelijkse spraak en situatie.

Vaak is broddelen een combinatie van de volgende factoren: een slappe uitspraak, hoog spreektempo, in elkaar schuiven van woorden, woorden niet volledig uitspreken, lettergrepen overslaan, herhalen van woorden en klanken, gebruik van stopwoorden en/of starters, veel versprekingen, goed beginnen en dan sneller gaan, zachter worden, lettergrepen overslaan, monotoon spreken of steeds eenzelfde intonatiepatroon, moeilijkheden met het formuleren van gedachten (ook schriftelijk).

De oorzaak van broddelen kan liggen in een in aanleg zwak taalgevoel. Daarnaast kan de oorzaak gevonden worden in een zwakke luistervaardigheid en/of het moeilijk kunnen beoordelen van het eigen spreken (feedback), waardoor men zichzelf niet corrigeert. Broddelen kan leiden tot een slechte verstaanbaarheid die de communicatie tussen spreker en luisteraar bemoeilijkt. Bij kinderen kan dit leiden tot gedragsproblemen. Ook bij volwassenen heeft een verminderde verstaanbaarheid invloed op het contact met anderen. Een minder duidelijke presentatie heeft gevolgen voor de overdracht van informatie. Bij beroepskeuze of solliciteren kan dit een rol spelen.

Logopedie
De logopedist doet onderzoek en kan een (video)bandopname maken om inzicht te geven in de oorzaak van het onduidelijke spreken. De logopedist geeft luister- en articulatietraining, oefeningen voor vertraging van het spreektempo en verbetering van de intonatie. Belangrijk is het stimuleren van de eigen feedback op het spreken. U kunt bij Précom Logopedie terecht voor advies, onderzoek en behandeling.

Stotteren

Bij stotteren kan er sprake zijn van het herhalen van klanken, lettergrepen of woorden, het verlengen van klanken en/of het blokkeren van de spraak. Daarnaast kunnen er begeleidende symptomen voorkomen, zoals het meebewegen van gezicht en/of lichaamsdelen, transpireren, vermijden van bepaalde klanken/woorden en/of spreeksituaties.

De oorzaak kan gevonden worden in een zwakke aanleg voor timing van de spraakbewegingen. Deze aanleg is vaak erfelijk, maar dat wil niet zeggen dat iedereen met deze aanleg in de familie gaat stotteren. Daarnaast kunnen ook mensen zonder familiaire aanleg gaan stotteren. Omgevingsfactoren kunnen het stotteren doen toenemen of in stand houden. Stotteren kan meer of minder ernstige communicatieproblemen, spreekangst, minderwaardigheidsgevoelens, verminderd beroepsperspectief en/of het vermijden van sociale activiteiten tot gevolg hebben.

Bekijk onze stotterpagina voor meer informatie.

Nasaliteit

Er kan sprake zijn van een open nasaliteit (hypernasaliteit) en een gesloten nasaliteit (hyponasaliteit). Bij een open nasaliteit ontsnapt er teveel lucht langs de neus. Bij gesloten nasaliteit ontsnapt de lucht bij vorming van de nasale medeklinkers [m], [n] en [ng] door de mond.

Logopedie
De logopedist doet onderzoek naar de soort nasaliteit als deze nog niet is vastgesteld. Afhankelijk van de aard van de nasaliteit zal de behandeling vormgegeven worden.

  • Hyponasaliteit: behandeling zal zich richten op het aanleren van lipsluiting en neusademhaling en advies met betrekking tot leefomgeving zodat uw kind zo weinig mogelijk verkouden wordt.
  • Hypernasaliteit: logopedische behandeling zal zich richten op het versterken van het velum en zo zorgen voor een betere afsluiting van de neusholte tijdens spreken.
    Oefeningen die bij hypernasaliteit kunnen helpen zijn:
  • vla of yoghurt door een rietje drinken
  • watjes zover mogelijk wegblazen
  • papier vastzuigen met een rietje
  • blaasvoetbal met een pingpongballetje
  • ballonnen opblazen
  • wangen bolblazen en met de vingers zachtjes erin duwen. Er mag dan geen lucht via de neus ontsnappen.